Je moet goed voor je kleine kind zorgen, zegt hij.
Kijk.
Hier staat ze.
Hij wijst rechts naast zich, handpalm vlak, ter hoogte van zijn middel.
Zie?
Ze zit in de problemen, dat klein Maaike.
Dit is oude pijn. Laat haar niet in de steek.
Damn.
Mij zoon heeft gelijk.
Het is dinsdagavond na bedtijd. We staan in de keuken nog even te praten over mijn dag. Want hij heeft gemerkt hoe overstuur ik was toen ik van mijn werk thuiskwam.
Daar was ook niet naast te kijken, om eerlijk te zijn.
Eén opgekropte bal hoogbegaafde ADHD-energie was ik na een hele namiddag opleiding. Veel te lang stilzitten en luisteren naar een boeiend onderwerp waar ik helaas al veel te veel van wist.
Schreeuwen wil ik dan (en doe ik even alleen in de berging), huilen (kort maar heftig snikken op mijn brommer naar huis), zingen (luid mee keelen met Raymonds' 'Ik ben God niet'), stampen en brullen (dat dan toch gewoon lekker in de keuken).
En ik ben razend kwaad.
Op mijzelf.
Waarom kan ik mijn mond niet houden zoals anderen?
Nee, ik moet steeds vragen stellen, grapjes maken, luidop meedenken.
Waarom kan ik niet stilzitten zoals normale mensen?
Nee, ik moet wiebelen, mijn stoel verschuiven, prutsen tot er een stuk van mijn laptop afbreekt (ik zweer het: echt gebeurd, gelukkig was het een piepklein onderdeeltje van de e-ID kaartlezer die ik nooit nodig heb).
En waarom, in godsnaam, waarom is dit voor mij geen rustig namiddagje lekker bijleren?
Nee, ik ben kapot.
Doodmoe en tegelijk dolgedraaid en manisch.
Want ook al leek ik al heel energiek, toch hield ik nog het grootste deel van mijn actiegerichte energie tegen. Echt.
En ook al werkte ik hard mee, toch moest ik minstens zo hard werken om een groot deel van de tijd wél te zwijgen. Eerlijk.
Aan de buitenkant was het druk, maar vanbinnen nog veel drukker.
En het onder-drukken daarvan, daar word ik doodmoe van.
Dat dus.
Daar zit mijn oude pijn.
In het niet voldoen aan wat verwacht wordt, in keihard proberen om er wel aan te voldoen en dan nog steeds niet te voldoen én daardoor dan uitgeput zijn.
En mijn slimme kind heeft gelijk: daar laat ik mijn eigen vijfjarige in de steek.
Ik had nochtans beloofd dat ze op mij kon rekenen, dat klein Maaike in mij, dat ik haar niet meer in situaties zou brengen waarin ze zo uit balans geraakt.
Maar hoe moet dat dan? Het is niet haalbaar of zelfs wenselijk om nooit meer in een meeting te zitten van meer dan drie mensen of van langer dan een uur.
Ik zal op bepaalde momenten moeten zwijgen en stilzitten en een paar uur iets volgen, toch?
Er zijn volgens mij vier antwoorden op neurodivergentie*.
Vier manieren om te reageren als je niet voldoet aan de norm: als je een beetje meer neurospicy bent, ongeacht welke kruiding.
En daar zijn zelfs eenvoudige tekeningetjes van te maken:
1. Zoek naar het cadeau.
Zoek naar het talent achter dit gedrag. Wat zit hierin van kracht, waar zit mijn waarde, wat werkt wél goed?
Ik vroeg het aan mijn collega's achteraf. De ene zei: ik zag dat jij probeerde te compenseren voor de lesgever die didactisch niet erg sterk was, ik zag jou hard werken. En je grapjes hielden ons bij de les. De ander zei: jij hebt je kranig geweerd, je hebt heel actief meegewerkt en er een interessante namiddag proberen van maken voor ons allemaal.
Oké. Achteraf bleek mijn zelfwoede dus niet helemaal terecht. Het was wellicht niet zo erg als ik dacht (al was het zeker wel storend voor sommigen) én ik bracht daarnaast ook iets van waarde.
2. De elastiek.
De mogelijkheden van een mens liggen niet in steen gebeiteld, ze zijn rekbaar. En de ene dag heb je meer rek dan de andere.
Er is dus groei en verandering mogelijk en op sommige momenten kan je meer hebben. Ik hoef dus niet te beslissen dat ik nooit meer deel kan nemen aan zoiets.
Alleen: je kan niet eindeloos trekken aan een elastiek, want dan breekt hij. Ik kan mijn best doen en maskeren en aanpassen, maar dat is gelimiteerd.
Duidelijk.
Niet elke dag van de week dit soort lange zittingen in grotere groep. Niet elke week zelfs.
Bovendien schiet een elastiek na het uitrekken terug, en dat is dus wat ik 's avonds ervaar. Hier past wat meer compassie voor mijn herstelgedrag: ik mag achteraf kapot zijn. Dat is niet flauw.
Ook volwassen vrouwen hebben al eens recht op een mooie meltdown.
3. Truken van de foor
Maar er zijn wél manieren om dit de volgende keer beter aan te pakken.
Ik kan een fidget toy meenemen, zodat ik mijn laptop niet hoeft te vernielen. Of beter nog: een heel mandje vol fidget toysop tafel zetten, voor al wie moeite heeft om geconcentreerd te blijven zonder extra stimulatie.
Ik kan rechtstaan en tegen de muur leunend luisteren. Veranderen van houding helpt. En daar zou bovendien niemand echt raar van opkijken op mijn werk, op Konekt zijn we neurodiversiteit wel gewend.
Ik kan vooraf een extra activiteit bedenken, iets anders om met mijn geest te doen terwijl ik fysiek gewoon aanwezig ben. Iets dat niet teveel aandacht vraagt maar wel voor een bijkomende laag zorgt, om zo beter stil te kunnen zijn bij stukken die mij minder aanbelangen.
Iets van projectmanagement loggen bijvoorbeeld, mijn copilot-chats opkuisen of in mijn bullet journal over iets anders brainstormen met mijzelf? Of bij online vergaderingen kleuren, puzzelen, groenten snijden?
Eigenlijk heb ik met de jaren best al wat truken verzameld, zelf bedachte of van anderen gestolen. Het is vooral kwestie van eraan denken én mijzelf de toestemming geven om ze toe te passen.
Met andere woorden: het gaat er vooral om niet in de valkuil te trappen van denken dat ik het "deze keer" of "ondertussen" wel zal kunnen zonder hulp.
4. De taks betalen
Het laatste antwoord op mijn uitdaging is simpelweg de taks betalen. Het broodje stront eten.
Want zelfs nadat ik mijn talenten heb gezocht en gewaardeerd - zelfs nadat ik mijn mogelijkheden heb uitgerokken - zelfs nadat ik slimme truken heb toegepast - dan nog.
Dan nog zal ik wellicht meestal luidruchtiger, wilder en drukker zijn dan anderen. Dan nog zal ik soms storend zijn. Te luid. Te impulsief. Te heftig.
En daarvoor zal ik dus ook een prijs betalen.
Misschien ook de prijs van het vermijden van sommige situaties.
Ik ga bijvoorbeeld zelden of nooit naar theater, naar voorstellingen en concerten of naar de film. Ik vermijd studiedagen en lezingen waar mogelijk. En ik zal nooit suppoost in een museum worden.
Hoe hard we ook ons best doen, zelf of als omgeving, om te accomoderen en aan noden te voldoen - op het einde van de rit zal er toch een soort kwetsbaarheid en een onvermogen blijven. Een taks om te betalen.
Soms moet je voor je neurodivergentie zelfs letterlijk betalen, bij mij in de vorm van impulsief kleren kopen bijvoorbeeld, of doordat veel voorwerpen in mijn huis sneller kapot gaan of verslijten. Soms is de taks eerder sociaal, omdat je te laat komt of te direct communiceert of veel tijd alleen nodig hebt. Of fysiek, door de verhoogde vermoeidheid en stress.
The struggle is real.
Oké.
Goed om te weten, goed om mee te werken, goed om rekening mee te houden.
Maar toch.
Toch heb ik de vrijheid om te kiezen voor situaties die niet bij mijn bedrading passen, omdat ik het van belang vind om er te zijn. Of heb ik het niet voor het kiezen en horen die momenten gewoon bij het leven dat ik wil leiden.
En dan loopt het dus soms een beetje morsig.
Dweiltje erover.
Maaike
*Even wat helderheid voor wie er nog niet tot aan zijn nek inzit, in deze beweging: neurodivers zijn we allemaal. We hebben allemaal een ander brein, met een andere prikkelgevoeligheid, aandachtsspanne, leertempo, concentratievermogen, filter...
Neurodivergent is niet hetzelfde als neurodivers, neurodivergent betekent 'afwijkend van de norm'. De neurodiversiteits-beweging strijdt ervoor (net zoals de beweging die nu rond gender ontstaan is) dat iedereen zélf mag bepalen of hij/zij/die zichzelf wil identificeren als neurodivergent.
Je hoeft er geen diagnose voor te hebben, en de paraplu van neurodivergentie is groot: er past bijvoorbeeld ADHD onder, autisme, hoogsensitiviteit, hoogbegaafdheid, Down syndroom, leermoeilijkheden, niet aangeboren hersenletsel, borderline, bipolariteit, psychose, migraine... alle manieren waarop iemands brein en brein-karakteristieken anders zijn dan wat de maatschappij als 'normaal' ziet