Hands-free leven.

Bal je hand stevig tot een vuist.

Houd enkele seconden vast.

Ontspan dan tot een open hand, handpalm naar boven.

Doe hetzelfde met je andere hand.

​

Dat gevoel.

Dat wens ik mijzelf vandaag: een dag met open handen.

Tegenwoordig werk ik vier dagen per week: van maandag tot donderdag. Op vrijdagochtend word ik steevast nog in werkmodus wakker, met een hoofd vol ideeën en een reeks beelden en ervaringen uit de voorbije werkweek.

Tegen de zondagochtend is dat allemaal verdwenen.

Gelukkig.

Want hoewel mijn vrijdagochtend-hoofd niet storend is, en vaak zelfs voelt als energiek, vitaal en geïnspireerd, is het wel een teken dat mijn zenuwstelsel nog aan staat.

En een zenuwstelsel dat te vaak en te lang aanstaat, daar ken ik ondertussen de gevolgen van - zowel bij mijzelf als bij de vele burn-out cliënten die ik coachte.

Something's gotta give.

In mijn geval word ik er harder van, ongeduldiger. Met irritatie en oordeel als snelste reactie op bijna om het even welke vraag van een ander.

Niet handig in relaties.

En het slaat ook altijd naar binnen. Niet goed kunnen inslapen, vroeg weer wakker met een actief hoofd en dan ontzettend moe overdag. Tandenknarsen, mijn schouders te hoog houden, te lang in een verkeerde houding zitten.

Maar ik leer steeds beter hoe ik van een gebalde vuist naar een open hand kan gaan.*

Niet alleen door die weekends van drie dagen, maar ook door tijdens de werkdag even de aandacht naar mijn lijf te brengen. Naar zijn in plaats van doen. Even achter de computer vandaan, de trappen af stampen, de tuin in. Even lachen met collega's, mijn hart luchten, zingen zelfs.

Ik kan het al steeds beter.

En soms, op dagen zoals gisteren waarop ik niets onder controle heb - want een uitgever die onmiddellijk stante pede allerlei input nodig heeft die ik niet kon voorzien (nu al een covervoorstel doen en titels bedenken en flapteksten! oh hellup!), een digitale bevraging die onverwacht de deur uit moet (tegen gisteren liefst), en een rapport dat niet klopt en waar ik anderen voor moet lastigvallen (en toen de benodigde cijfers kreeg en die niet in de tabel terug kon vinden: instant excelblindheid), dan kan ik het nog niet zo goed.

Dan blijft mijn energie de rest van de dag van, laat ons zeggen, het eerder gespannen soort.

Maar hé.

Wat ik dan wel weer steeds beter kan op die dagen is dat oké vinden.

Het is zo'n dag.

Zolang het maar geen rijtje wordt - daar doen we niet meer aan.

Dat is dus wat het lange weekend voor mij doet: het rijtje doorbreken. Want als het tempo stijgt en ik mag zoveel leuk werk doen en er is zoveel inspiratie - dan vergaloppeer ik mij zonder dat ik het doorheb.

Het antwoord is dan niet (nog) beter plannen. Flow, goesting en inspiratie laten zich niet goed plannen. Het antwoord is juist om het toe te laten, om soms echt te sprinten in hoogste versnelling

en dan

handen los.

 

emmertje bloemen geplukt op 't Blommeveld in Zeveneken

 

Weg uit mijn hoofd, weg van het scherm. Bloemen plukken, boodschappen doen. Voelen hoe zacht deze eerste oktoberdagen zijn.

Verplicht afkoppelen van vrijdag tot zondag.

Vier dagen aan, drie dagen uit.

Zoveel makkelijker voor mijn brein dan elke dag matig en gemiddeld en gebalanceerd.

En allez, een nieuwsbriefke schrijven op vrijdagmorgen, dat mag dan nog net. Maar nu: laptop dicht. Freedom-app geactiveerd om whatsapp te blokkeren. Bureau leeg.

Zwaaike!

​

*leestip: 'Geloof niet alles wat je denkt' van Blörn Natthiko Lindeblad.

Next
Next

Mag het een beetje meer Maaike zijn?