Denk de winter eens om. Vanuit je warme bed.

Ik sliep vanmorgen tot half negen.

En werd wakker zonder wekker.

Net als gisteren trouwens en de meeste dagen vorige week.

Ja, dat voelt als pure luxe. Ik leef echt another day in paradise, ik weet het. Ik ben er dagelijks dankbaar voor.

De heerlijkheid van thuis werken en van volwassen kinderen hebben die je niet in het donker naar school moet brengen: ik kan 's winters makkelijk wat meer slapen en mijn uren aanpassen.

Maar misschien kunnen we allemaal meer meebewegen met de winter dan we denken?

Als je dag meer dan acht uur langer of korter wordt, zoals hier in Vlaanderen, wat is dan eigenlijk normaler: je gedrag aan het seizoen aanpassen of verwachten dat je het hele jaar evenveel energie hebt, dezelfde dagindeling kan aanhouden of even actief bent?

Wij passen ons vaak niet aan, maar maken onszelf wijs dat we de seizoenen beheersen met onze agenda's en plannen: als we de juiste routine vinden of genoeg wilskracht bij elkaar schrapen, kunnen we het donker wel overmeesteren.


Bijna alle andere levende wezens, planten en dieren, veranderen hun gedrag in de winter. Maar wij doen alsof we niet net als andere dieren zijn, alsof het een persoonlijke of morele tekortkoming is om met de natuur mee te bewegen.

- Kari Leibowitz in 'Over winteren'


Ha.

Heb ik daar toch mooi een intelligente uitleg gevonden om mijn slaapgedrag te vergoelijken.

Maar misschien ben ik dus de enige niet.

Misschien heb jij nu ook meer moeite om 's avonds nog sociale activiteiten te ondernemen of om na zonsondergang nog te gaan sporten. Misschien heb je ook behoefte aan een kom soep in plaats van slaatjes, aan binnen zitten lezen in plaats van door de regen fietsen of aan trager de dag in glijden in plaats van in het donker een ochtendwandeling te maken.

Stel je voor dat je vaker gehoor zou geven aan je behoefte om het rustiger aan te doen in deze donkere maanden: hoe zou dat er kunnen uitzien?

 
 

Je zou er absoluut deugd van hebben, volgens het onderzoek van Kari Leibowitz. In haar superboeiende boek 'Over winteren' vertelt ze waarom mensen in het hoge noorden niét minder gelukkig of meer depressief zijn in de donkere wintermaanden dan wie in een gematigder klimaat leeft.

Want blijkbaar komt een winterdip dus niet vaker voor op plekken waar 's winters maar een paar uur daglicht is. Integendeel: de inwoners van het Noorse Trömso bijvoorbeeld genieten juist meer van de winter dan bewoners van zuidelijker streken.

Dat komt door allerlei dingen, de sneeuwpracht en de vele winterse activiteiten spelen bijvorbeeld een rol, maar het komt ook door hun mindset.

Ze dénken anders over de winter. En ze passen hun leven aan.

Ideaal, dat kunnen wij dus ook - met onze natte grijze winters. Met onze wispelturige temperaturen die ervoor zorgen dat de ene dag lentewarm voelt en de volgende bijtend koud.

We kunnen er anders naar kijken. En we kunnen leren om vaker mee te bewegen.

Je kan het zelfs veel breder zien:

We kunnen groeien in ons vermogen om met verandering om te gaan, en dat kunnen we oefenen in en met de winter.

Want de winter is bij uitstek een externe omstandigheid waar je geen invloed op hebt.

En bovendien een lekker onvoorspelbare: je weet hier nooit wanneer de zon zal schijnen of wanneer er juist een knalharde wind waait of een kletterende shower uit de lucht valt.

Precies zoals bij vele andere ervaringen in een mensenleven: een situatie waarin we geen invloed hebben op externe omstandigheden. Een ongewenste verandering. Of een gewenste verandering die toch heftig is. Periodes waarin we op beter hopen en wachten tot het opklaart, of juist moeten verdragen dat het anders loopt dan we zouden willen.

Zie de winter als een kans om te oefenen met hoe je veranderingen op een krachtige manier tegemoet kan treden, is het advies van Leibowitz.

Door de winter meer te accepteren, door meer mee bewegen met de omstandigheden en door je bewust richten op de eventuele voordelen ervan - oefen je een vermogen waar je ook bij het volgen van het ritme van je leven veel aan zal hebben.

En ondertussen, terwijl je aanpassingsvermogen groter wordt, mag je dus gewoon wat meer slapen.

Wat minder hard werken. Wat minder de deur uit in het donker.

Anders bewegen, zachter misschien.

En zoveel mogelijk de uren met daglicht proberen opvangen of meer tijd buiten doorbrengen op dagen die warmer en windstil en droog zijn.

Extra bonus: door menselijker te leven en te werken, maak je ook een vuist tegen een aantal maatschappelijke tendenzen... als dat geen lekker rustige manier van activisme is.

Is het probleem dat je energiepeil laag is of dat van ons wordt verwacht dat we altijd even productief en efficiënt zijn, wat er ook om ons heen gebeurt?


Veel van onze problemen met de winter zijn eigenlijk problemen met een maatschappij en een structuur die geen ruimte bieden voor seizoensgebonden aanpassingen. Veel winterleed ontstaat door verwachtingen die steeds verder verwijderd raken van het ritme van de natuur.

- Kari Leibowitz in 'Over winteren'


Heerlijk toch?

Previous
Previous

Loop een beetje waar het plat is.

Next
Next

Zoek niet naar de antwoorden. Leef de vragen.