Gewoon een feniks die uit de as verrijst voor mij graag. Om hier op te eten.

Ik moet iets bekennen.

Ik ben een beetje bang van post-traumatische groei.

Echt.

Mooi concept nochtans, dat groeien van tegenslag. Goed onderzocht ook: hoe mensen na trauma of door de confrontatie met ziekte, dood of ingrijpende levensgebeurtenissen niet alleen stress en lijden ervaren - maar ook vaak op lange termijn een positieve verandering doormaken.

Na de scheiding van mijn ouders bijvoorbeeld, maakte ik het uit met mijn lief van toen en ontmoette de vader van mijn kinderen - die ongeveer miljoen keer beter bij mij paste.

En toen mijn broer twintig jaar geleden emigreerde, viel mijn huwelijk uiteen. Nee, dat was natuurlijk niet zijn schuld, en nee, geen rechtstreeks oorzaak-gevolg. Maar het verlies van mijn maatje deed mij wel wankelen en daardoor werden dingen duidelijker.

Maar nu.

Eind vorig jaar stierf mijn vader. Nog elke week, nog bijna elke dag doet dat onverwacht veel zeer. Zoveel gemis, zoveel verdriet, zoveel pijn.

En er gebeuren er bij mij daardoor twee grote dingen.

Ten eerste dat ik het moeilijk vind om degene te zijn die daar zoveel last van heeft. Want kom op zeg.

De dood is deel van het leven ofzo, en de natuurlijke orde van de dingen en al - en er is zoveel liefde en schoonheid en leven om van te genieten.

Juist ja.

Maar er is dus toch geen ontkomen aan hoe lang en heftig dat mijn leven kleurt. Hoe fakking veel pijn het doet. Hoe lang hij nu godverdomme al weg is.*

En hoe er geen weg terug is.

 
 

Het tweede punt dan. Ik ben blijkbaar bang voor de gevolgen hiervan - van dit ingrijpende proces. Want die feniks die vanuit de as verrijst: die is prachtig. Die wil ik wel zijn.

Maar het voelt nu eerder als de feniks die in de as blijft liggen.

Die de veerkracht niet meer heeft om steeds weer op te dagen bij alle andere uitdagingen die blijven komen: het verlies van mijn hogeschool-opdracht, de chronische pijn van mijn liefste en het eindeloze overleg, geregel en gedoe dat het leven heet.

En erger nog misschien: ik wíl niet vurig en spectaculair verrijzen.

Ik wil niet krachtig transformeren.

Ik wil gewoon een beetje stilte en veel meer rust.

Ik wil vrienden die mij graag zien en mij nu even niet teveel nodig hebben. Ik wil dat mijn kinderen en pluskinderen en kleinkinderen onze tuin en keuken vullen. Ik wil plezier en inspiratie voelen op mijn werk.

Ik wil lachen en wenen en slapen. En verder gewoon een beetje verdwaasd en nieuwsgierig rondlopen.

Of naar de bibliotheek gaan, zoals ik vorige week antwoordde op de vraag van de laatstejaars wat ik dan ga doen op donderdag vanaf september - nu ik geen les meer geef in het postgraduaat positieve psychologie.

Mijn antwoord kwam spontaan en van diep: ik wil gewoon vaker naar de bib.

En wat als dat ook groei is? Misschien is wat er uitziet als opgeven of kleiner worden soms juist de moedigste keuze?

Is wat er uitziet als stilstand soms de diepste beweging?

Ik hoop het zo.

Dat ik wat meer als Agnes wordt, de inspirerende 88-jarige die we interviewen in de eerste aflevering van ons nieuwe Bruto Nationaal Geluk seizoen (luister hier): gewoon doen wat ik graag doe en veel voorrang geven aan familie en vrienden.

Want posttraumatische groei uit zich onder meer in een groter gevoel van waardering voor het leven en het ontdekken van nieuwe prioriteiten, suggereert onderzoek. En die verandering kan er radicaal anders uitzien dan wat de omgeving verwacht. Transformatie heeft haar eigen vorm en tijdlijn, en de tijd zal laten zien waar deze groei heen groeit.

Volgens de mythologie is de feniks een indrukwekkende vogel met felgekleurde veren, stralende ogen en een krachtig uiterlijk. Maar niemand vertelt je hoe lang hij eerst in de as lag. Hoe dat voelde. Hoe het eruitzag voor de buitenwereld.

En ik heb hier zelf ook invloed op, toch? Ik ben fundamenteel deel van dit proces. Dus geen grote omwentelingen graag.

Geef mij wat groei die lijkt op krimpen: downsizen, minder presteren, minder ambitie en meer stilte.

Geen feniks maar een merelke bijvoorbeeld?

Om mee te nemen. En nee, het mag niet 'een beetje meer zijn'.

M

Previous
Previous

Iets over braamstruiken, een Dymo en je ontslag indienen als god.

Next
Next

Ga naar buiten, ga naar huis. Elke dag.